Het begin
Al op jeugdige leeftijd was ik dol op taal, muziek, de natuur en dieren.
De drang om daar 'iets' mee te doen
 was zelfs zo groot dat ik als
twaalfjarige mijn eerste dichtbundel produceerde: een verbouwd kladblok
van de Hema, tjokvol gepassioneerde rijmpjes over dieren. Toen ik het
gitaarspelen onder de knie had, evolueerden die rijmpjes tot liedjes,
die ik overal ten gehore bracht. Een 'mirakel' voor sommigen, iets heel
natuurlijks voor mij. Zoals ik het ook heel natuurlijk vond dat ik na de
eerste les Engels meteen al mijn eerste 'lyric' schreef.
Muzikale carrière
Mijn stemgeluid, gitaarspel en liedjes trokken de aandacht van
platenmaatschappij Phonogram, die mij als platenartieste contracteerde.
Ik bracht drie singles uit en begin jaren tachtig kwam de doorbraak met
de langspeelplaat Tomorrow. Daarop tien zelf geschreven nummers. Deze
prestatie werd door Stichting Conamus beloond met de Zilveren Harp en
een afvaardiging naar het Internationale Sopot Festival te Polen. Ik
viel daar niet in de prijzen. Wel met m'n neus in de politieke boter,
want precies op dat moment werd er wereldgeschiedenis gemaakt op de
Leninwerf in de naburige havenstad Gdansk. Het eerste wankelen van het
communisme in het Oostblok... Na Tomorrow
volgden de elpees Meet the
Mark Band en Free, die echter het succes van Tomorrow niet wisten te
evenaren. Tussen de bedrijven door had ik mijn M.O.A akte Engels gehaald
en ging voor de klas staan. Na verloop van tijd bleek het onderwijs
echter niet 'mijn ding' te zijn. Het aanbod van Stichting Conamus om me
uit te zenden naar het Internationale Troubadoursfestival op Curaçao
kwam dan ook als geroepen. Deze keer sleepte ik de eerste prijs in de
wacht.
De warme contacten met enkele collega-troubadours resulteerden
twee jaar later in een gezamenlijke tournee door Zweden. Begin jaren
negentig besloot ik in mijn moerstaal te gaan zingen en maakte met Arno
Nieuwenhuize en Peter Tiehuis, respectievelijk slagwerker en gitarist in
het Metropole Orkest, de CD Helemaal. De single Mannen baarde veel
opzien. Een gewaagd lied, geheel à capella gezongen. Nog steeds is er
vraag naar de partituren ervan. Koren met lef kunnen ze in de webwinkel
kopen. Eind jaren negentig volgde de verzamel-CD Voor mijn Vrienden.
Daarop nummers uit de vinyl-tijd, aangevuld met drie nieuwe liedjes,
gearrangeerd door de onvolprezen Erik van der Wurff.
Optredens en presentaties
Tot halverwege de jaren tachtig trad ik overal in het land op met
nummers van mijn elpees. Omdat ik het niet leuk vond om avond aan avond
hetzelfde te zingen, bedacht ik de Personal Touch formule, oftewel: het
zingen van zelf geschreven liedjes, toegesneden op lijf en bedrijf.
Arbeidsintensief, maar heerlijk om te doen! Zelfs de kleding was meestal
maatwerk: een tot jurk vermaakte vlag van het betreffende bedrijf.
Binnen enkele jaren hadden de openbare optredens plaats gemaakt voor
deze besloten optredens, die me naar alle uithoeken van de wereld
voerden. In het begin van het nieuwe millennium was ik gedurende de
zomermaanden te horen op RTV-Gelderland met mijn twee uur durende
radio-programma De Zomerzaterdagmiddag.
Daarin nodigde ik
collega-artiesten uit en draaide muziek die je anders nooit op de radio
hoort. Het onconventionele programma had een vaste schare luisteraars,
die regelmatig in de telefoon klommen om live in de uitzending een boom
met me op te zetten over van alles en nog wat. Ook presenteerde ik samen
met Peter Schoof en Marcel Spijkerman voor RTV Oost het programma In de
Zomertuin. Het presenteren beviel zo goed, dat het zich in de jaren erna
heeft ontwikkeld tot een tamelijk zeldzaam fenomeen: zangpresentatie.
Een opmerkelijk voorbeeld daarvan was de geheel gezongen presentatie van
het Achterhoek Promotie Gala.
Journalistiek
Tussen de bedrijven door deed ik journalistieke ervaring op als
'voltallige' redactie van PALM NIEUWS, het
verenigingsorgaan van de
Professionele Auteurs Lichte Muziek. De vaardigheden die ik gedurende
die zes jaar ontwikkelde, kwamen goed van pas toen ik recensies en
artikelen ging schrijven voor het Gelders Dagblad. Later kwamen daar een
aantal natuurgerelateerde tijdschriften bij. Inmiddels behoor ik alweer
elf jaar lang tot het legioen van zelfstandige journalisten. Hoogtepunt
tot nu toe is het boek 'Koniks, wilde paarden in Nederland', dat ik
samen met de natuur- en dierenfotografen Natasja Bekkers en Arjan
Wijnstra maakte in opdracht van een natuurontwikkelingsorganisatie.
Hoewel ik regelmatig en graag met redacteuren, collega-journalisten en
-fotografen samenwerk, lever ik ook kant-en-klare reportages aan. Dit
heeft als voordeel dat je tekst en foto's perfect op elkaar kunt
afstemmen.
|
| |
|